Opbrengst en kwaliteit zonnepanelen

Opbrengst en kwaliteit zonnepanelen

Hoe belangrijk zijn de eigenschappen van zonnepanelen voor de opbrengst? En waar kan ik dat aan afmeten? Hier laten we zien dat vooral twee eigenschappen de opbrengst beïnvloeden:

  • goede prestaties van panelen bij lichtarme situaties en diffuus licht (grijze lucht, bewolking, randen van de dag). Daarvoor moeten panelen een zo hoog mogelijke
    fill factor te hebben.
  • een zo laag mogelijk opbrengstverlies bij oplopende buitentemperatuur. Zonnepanelen met de laagste temperatuur-coëfficiënt verliezen het minst aan opbrengst.

Conclusie: zonnepanelen presteren beter bij een zo hoog mogelijke fill factor en een zo laag mogelijke temperatuur-coëfficiënt. Panelen die op allebei hoog scoren zijn top-panelen.
Uit de onderstaande tabel wordt duidelijk dat de zonnepanelen van Solar Clarity en DelSolar tot de best presterende panelen behoren. Dat komt door de hoogste fill factor, en de laagste temperatuur-coëfficiënten.  Dat is natuurlijk een reden waarom we deze panelen in ons assortiment hebben opgenomen.

Opbrengst en kwaliteit zonnepanelen

Lage zonnestraling en diffuus licht – belang van fill factor

In Nederland hebben we de helft van de tijd te maken met lage zonnestraling en diffuus licht door bewolking en lage zonstand (randen van de dag).
Zonnepanelen leveren dan wel opbrengst, maar minder dan wanneer er direct zonlicht op de panelen valt. Om ervoor te zorgen dat zonnepanelen zo goed mogelijk presteren bij een lagere lichtopbrengst is een hoge fill factor van belang. Panelen met een hoge fill factor hebben een hoge opbrengstcurve en laag verlies door interne weerstand.
Panelen die daaraan voldoen schakelen eerder in en later uit bij matige tot slechte lichtomstandigheden. Ze leveren dus een hogere opbrengst.

Opbrengstverlies onder invloed van buitentemperatuur

De opbrengst van zonnepanelen loopt terug bij oplopende buitentemperatuur. De maximale opbrengst van een paneel (bijv. 250 Wattpiek) wordt in de fabriek gemeten bij een paneeltemperatuur van 25°C.  Dat komt overeen met een vrij lage buitentemperatuur. Bij een buitentemperatuur van ca. 20°C en een gemiddelde zoninstraling loopt de werktemperatuur van een paneel (NOCT genoemd) al op naar 45°C tot 47°C.
De maximale opbrengst van een paneel bedraagt dan niet meer het opgegeven vermogen (bv. 250 Wattpiek), maar deze ligt lager. Hoeveel minder? Dat geeft de temperatuur-coëfficiënt aan. De temperatuur-coëfficiënt geeft aan hoeveel de maximale opbrengst terugloopt bij elke graad dat het paneel warmer wordt dan 25°C.
In de bovenstaande tabel is niet alleen de temperatuurcoëfficiënt aangegeven, maar ook hoeveel de maximale opbrengst in procenten terugloopt wanneer de werktemperatuur (NOCT) is bereikt.
Het is duidelijk dat een zo laag mogelijke temperatuurcoëfficiënt van groot belang is.

Het Oosten van Nederland (weerstation Arcen) kent gemiddeld 102 warme dagen (20°C of meer) per jaar (KNMI). En dat aantal is stijgend. Daarvan zijn er gemiddeld 37 zomerse dagen (25°C of meer). De paneeltemperatuur kan dan oplopen tot 50° – 55°C en op tropische dagen kan dat oplopen tot 60 à 65°C.
De opbrengstverschillen tussen panelen met lage en hogere temperatuurcoëfficiënt lopen dan verder uiteen. Bij een werktemperatuur van 55°C kan het maximale opbrengstverschil tussen een top-paneel en een minder paneel al gauw 5 Wattpiek bedragen, hoewel het door de fabriek opgegeven vermogen hetzelfde is (bv. 250 Wattpiek). Met een installatie van 8 of 10 panelen tikt dat toch aardig aan.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *